In dat plan is een standaard strooiroute (route A) vastgesteld en een prioriteitsroute bij extreme weersomstandigheden (route B).
De strooiroutes in pdf-formaat zijn als bijlage bijgevoegd, zodat u ze kunt downloaden.
-
Strooiroute A zijn de hoofdroutes voor auto en fiets, busroutes, wijkontsluitingswegen, winkelcentra en een rondje om scholeneilanden en bejaardencentra. Bij normale winterse omstandigheden wordt route A gestrooid.
- Bunnik
-
Odijk
-
Werkhoven
- buitengebied west en noord
-
buitengebied zuid en oost.
-
Strooiroute B
wordt gereden bij extreme gladheid (ijzel) en sneeuwval. Hierbij krijgen de
doorgaande wegen voor de auto, fiets en busroutes prioriteit. Als deze
voldoende berijdbaar zijn, wordt er overgegaan op route A.
-
Bunnik
-
Odijk
-
Werkhoven
- buitengebied west en noord
- buitengebied zuid en oost.
-
Wanneer begint de gemeente met strooien?
De gemeente krijgt informatie over de weersomstandigheden van een meteorologisch bedrijf. De gemeentelijke coördinator kan op basis van deze informatie besluiten te gaan strooien. Daarnaast heeft de gemeente de volgende afspraak met de provincie. De dienstdoende gemeentelijke coördinator wordt meteen gewaarschuwd door zijn collega van de provincie wanneer de provincie gaat strooien op de provinciale wegen. De gemeente begint dan meteen met strooien van de gemeentelijke wegen, als dit al niet gebeurt. Ook de politie kan aan de gemeentelijke coördinator melden dat strooien noodzakelijk is.
Waarmee en hoe wordt er gestrooid?
De gemeente heeft twee eigen strooivoertuigen, een grote en een kleine. Het grote voertuig wordt gebruikt voor het strooien van de doorgaande autowegen, busroutes en brede wijkontsluitingswegen. Het kleine strooivoertuig wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de doorgaande fietsroutes en om schooleilanden en bejaardencentra. Tegelijkertijd kan er met deze voertuigen sneeuw geschoven worden als de situatie hierom vraagt. Voor de fietsroutes staat eventueel ook een tractor met sneeuwborstel paraat.
Er wordt gebruik gemaakt van wegenzout. Na het gebruik van dit zout blijven er geen andere stoffen op de weg achter. Het toepassen van zout is wel nadelig voor het milieu. De bestuurders van de strooivoertuigen proberen om de strooibreedte zoveel mogelijk op de breedte van de wegen af te stemmen en de bermen te ontzien.
In de gemeente wordt zoveel mogelijk gestrooid volgens het nat-strooi principe. Dat betekent dat het zout gemengd wordt met zout water vlak voordat het op het wegdek wordt gestrooid. Het voordeel hiervan is, dat er minder zout gebruikt hoeft te worden en het zout beter op het wegdek blijft plakken als het nat is.
Een tweede voordeel is dat er preventief kan worden gestrooid door het gebruik van nat zout. Door te strooien voordat de gladheid optreedt, ontstaat er een veiliger situatie voor het verkeer.
Zoutbakken
Op 10 verschillende locaties in de gemeente worden zoutbakken neergezet. Omwonenden kunnen daarmee de nabij gelegen voetpaden van zout voorzien. In de tekeningen met de strooiroutes staan ook de zoutbakken ingetekend.
De gemeente vraagt uw medewerking
U kunt uw medewerking verlenen door voldoende ruimte open te houden waar de strooiwagen kan rijden. Dit helpt de mensen die voor dag en dauw opstaan om de wegen binnen de gemeente berijdbaar te houden bij het verrichten van hun taak. Het is zowel voor u als bewoner als voor de chauffeur van de strooiwagen heel vervelend als uw straat niet gestrooid kan worden omdat de strooiwagen er niet door kan. De gemeente stelt het op prijs als u daarmee rekening houdt bij het parkeren van uw voertuig en het opstellen van kliko's.
Eigen stoepje begaanbaar houden
Omdat het op de voetpaden moeilijker is om te strooien, doet de gemeente een beroep op uw eigen verantwoordelijkheid om in ieder geval de stoep voor uw woning begaanbaar te houden. Kwetsbare mensen, zoals ouderen, mogen een emmertje zout afhalen op de gemeentewerf. Strooizout wordt verkocht bij de supermarkten.